Zoals in het beginstukje al duidelijk is gemaakt begonnen de Romeinen pas in de 3e eeuw voor Chr. met hun munten. Ze hadden toen weinig behoefte aan geld, voor hen was het betaalmiddel vee en ruw koper (aes rude) dat per transactie gewogen moest worden. De groei van de stad en de oorlog tegen Pyrrhus en Epirus (285-275 v. Chr.) waren de oorzaak dat de Romeinen geld gingen gebruiken. Vooral de aanschaf van oorlogsmaterieel uit het zuiden van Italië was geld gewoon een vereiste.
De eerste munten werden in zuid-Italië geslagen en men vermoed dat het in Metapontum gebeurde. De eerste munten Didrachmen genaamd waren een exacte kopie van de Griekse munten uit die tijd. De voorstellingen uit die tijd waren niet Romeins maar geënt op de zuid-Italische en Punische afbeeldingen, pas in de derde serie muntslagen kwam op de keerzijde een voorstelling van Romulus en Remus en de wolvin te staan, werd in 269 v. Chr. zelf in Rome geslagen.
Rond 280 v Chr. werden als betaalmiddel koperen baren gebruikt, zowel in centraal-Italië als in Rome zelf. Deze gestempelde baren werden aes signatum genoemd, echter het zijn nog steeds geen munten, daar het gewicht verschilde van baar tot baar.
Gelijktijdig werden ook de eerste koperen munten in Rome uitgegeven, genaamd aes grave die groot en zwaar waren, hij woog ongeveer 327 gram.
Maar door de stijging van de koperprijs en door geldontwaarding door verschillende oorlogen, zoals de Punische oorlogen daalde het gewicht en omvang met rasse schreden. Tegen het einde van de tweede Punische oorlog woog hij nog maar 35 gram, nog maar 10% van zijn oorspronkelijk gewicht. Maar het einde was nog niet in zicht, op een gegeven moment woog hij nog minder dan 27 gram, een absoluut dieptepunt.
De voorstellingen op deze munten waren oorspronkelijk Griekse voorbeelden, de Italische inbreng bestond kwam met de uitvoering van de Gos Janus op de voorzijde van de As. Op andere munten werden weer andere goden afgebeeld. In 225 v Chr. werd er een uniforme keerzijde geslagen en wel de scheepsboeg (rostra) deze zal tot vroeg in de 2e eeuw gehandhaafd blijven. Omstreeks 216 v Chr. werd in Rome kleine series gouden staters uitgegeven met het gewicht van 6,75 gram. De reden was de invasie door Hannibal.
De muntslag werd verzorgd door lagere ambtenaren die voor 1 jaar werden benoemd, ze werden tresveri monetales genoemd.