Voor een Romeins staatsburger uit de eerste of tweede eeuw na Christus is de wereld vol van machten. Onsterflijke, sterflijke en al gestorven machten. Deze machten zijn ongrijpbaar en onbegrijpbaar, maar ze zijn van grote invloed op zijn leven. Voor een inwoner van het Romeinse Imperium is het dus van levensbelang om deze machten eer te bewijzen en naar zijn hand te zetten. Daarom kent de Romeinse maatschappij een uitgebreid stelsel van sacrale handelingen, geboden en verboden.Dit stelsel houdt rekening met verschillende soorten machten, verschillende sociale groepen en verschillende plaatsen binnen het Romeinse Rijk. Het maakt veel uit of men een vrij burger is van de oorspronkelijke stad Rome of slechts een barbaars inwoner van een provincie als Germania Inferior. Uit een vrij beperkt aantal religieuze voorschriften voor een stadstaat groeit een zeer uitgebreid stelsel waarin naast Romeinse machten ook plaats is voor barbaarse toevoegingen.