De offerceremonie is het Romeinse ritueel bij uitstek.  

Wat is een offer? En waarom was het zo belangrijk voor de Romeinen?  
 

Stelsel van machten:

Voor een Romeins staatsburger uit de eerste of tweede eeuw na Christus is de wereld vol van machten. Onsterflijke, sterflijke en al gestorven machten. Deze machten zijn ongrijpbaar en onbegrijpbaar, maar ze zijn van grote invloed op zijn leven. Voor een inwoner van het Romeinse Imperium is het dus van levensbelang om deze machten eer te bewijzen en naar zijn hand te zetten. Daarom kent de Romeinse maatschappij een uitgebreid stelsel van sacrale handelingen, geboden en verboden.Dit stelsel houdt rekening met verschillende soorten machten, verschillende sociale groepen en verschillende plaatsen binnen het Romeinse Rijk. Het maakt veel uit of men een vrij burger is van de oorspronkelijke stad Rome of slechts een barbaars inwoner van een provincie als Germania Inferior. Uit een vrij beperkt aantal religieuze voorschriften voor een stadstaat groeit een zeer uitgebreid stelsel waarin naast Romeinse machten ook plaats is voor barbaarse toevoegingen.
 

 

Ere wie of wat ere toekomt:

De groei van de kleine stad Rome tot het grote Imperium Romanum heeft vele gevolgen.  “Imperium” betekent oorspronkelijk “machtsgebied” en “macht om te gebieden”. De Romeinen hebben een religieus ontzag voor macht. Niet alleen angst maar ook bewondering. In het Romeinse denken heeft datgene of diegene die macht bezitten een natuurlijk recht op verering. Deze verering is in zekere zin het “recht van de sterkste”. Diegenen die de macht in de Romeinse samenleving hebben, worden dan ook overladen met eerbewijzen. Vooral omdat zij hun macht gebruiken voor het welzijn van het Romeinse Rijk, en niet alleen voor zichzelf. Een offer is het middel om dit ontzag voor macht te tonen. Door iets aan een machthebber te geven (te offeren) laat men zien dat de machthebber machtiger is dan degene die het offer brengt. Een offerritueel is dus op de eerste plaats bedoeld om een machtsverdeling te bevestigen. Offeren is een eerbetoon aan macht.

 

Op de tweede plaats is verering door het brengen van offers een manier om machten te manipuleren. Machten kunnen immers zowel ten goede als ten kwade aangewend worden. Een mens kan niet leven zonder de warmte van de zon. Een teveel aan zonnewarmte is echter dodelijk voor de mens. Een mens kan niet leven zonder water. Een teveel aan water kan de mens niet overleven. De mens zit dus in een rare positie: hij houdt het meest van machten waarvoor hij tegelijkertijd doodsbang is. Een macht heeft immers twee tegengestelde zijden. Verering is een poging van de mens om de balans van machten in zijn voordeel te laten doorslaan. Vele vereringsrituelen zijn gericht op continuering van de bruikbare werking van machten zoals vruchtbaarheid, vrede, welvaart en rechtvaardigheid. Andere rituelen zijn gericht op het afweren van de schadelijke werking van machten zoals oorlog, ziekte en dood.

 

Do ut Des: geven zodat gegeven wordt.

Een offer schept verplichtingen voor diegene die vereerd wordt. De personen die hem of haar vereren, verwachten dat de vereerde zijn macht gebruikt om zijn vereerders te helpen. Eerbetoon is alleen zinvol als het iets oplevert. De vereerder verwacht er zelf beter van te worden. Voor onmachtigen is in de Romeinse tijd geen eer te behalen. Het eerbetoon is de prijs voor “geleverde hulp”. In wezen vraagt een vereerder om gepast vertoon van macht. Een “macht” die zijn werking niet kan bewijzen is volgens de Romeinen niet waardig om vereerd te worden.

 

Numina:

De oorspronkelijke Romeinen vereerden zeer vele machten. De zogenaamde “Numina”. De Romeinen onderscheidden drie soorten Numina:

  • Onsterfelijke, immer levende Numina, of Goden.
  • Sterfelijke, nu levende Numina of Levensmachten.
  • Gestorven, maar nog voortlevende Numina of Geesten

 

 

Onzichtbare Numina en hun menselijke vorm

De Romeinen maken een scheiding tussen de onzichtbare kracht en de zichtbare vorm(en) waarin deze zich laat zien. Het blijft in de wetenschap een vraag of de oude Romeinen hun Numina altijd vereerden in menselijke gedaante. Sommige weten-schappers stellen dat machten van oorsprong werden vereerd in de vorm van stenen of andere voorwerpen. Onder invloed van de Grieken en de Etrusken zouden de Romeinen zijn overgestapt op de verering van Numina in de vorm van beelden met menselijke gedaante. Hoe deze vormen ook zijn ontstaan, in het Imperium Romanum van de eerste en tweede eeuw na Chr. was verering van machten in menselijke gedaante een algemeen gebruik.
 

Sterflijke Numina.

Bij de sterfelijke mensen staat de slaaf op de laagste plaats, hij heeft geen enkele macht. Hij verdient dus geen eerbetoon. Een zeer machtige sterveling is de pater familias, de vader van een grote familie. Hij beslist binnen de familie immers over leven en dood. Iedere “maffiabaas” wordt door de leden van zo’n familie dagelijks vereerd met offers aan zijn genius, zijn machtsbron.

 
Genius van de keizer

De machtigste van alle sterfelijke vaders is natuurlijk de Romeinse keizer, de maffiabaas der maffiabazen, de vader van het vaderland. Zijn geniale macht wordt door de Romeinen vereerd met de hoogst mogelijke eerbewijzen.

Gestorven Numina

Bij de gestorvenen hebben de spoken de minste macht. Zij krijgen het kleinste eerbewijs. Veel hulp is hier voor vereerders niet te verwachten. Machtiger zijn de geesten van machtige sterfelijken die zijn overgegaan naar de onsterfelijke wereld. Vandaar de verering van de voorvader: de gestorven pater familias. De machtigsten van deze voorvaders zijn natuurlijk de gestorven keizers. Door hun onsterflijkheid worden ze na hun dood in opdracht van de Senaat van Rome vereerd als goden.
 

Onsterflijke Numina.

Boven aan de machtsladder staan die machtigen die nooit sterfelijk geweest zijn: de onsterfelijke goden. Met als absolute numero uno, de oppergod van het Rijk: Ivpiter Optimvs Maximus, de hoogste en allermachtigste.

 
 

Een zaak van groepen

Het lidmaatschap van een bepaalde groep bepaalt welke persoon, op welke manier, op welke tijdstip en onder welke omstandigheden bepaalde Numina moet vereren. Een mens kan in zijn leven nu eenmaal lid zijn van vele groepen na en naast elkaar. Dus vereert een Romein ook vele Numina na en naast elkaar.

  • Als lid van een familie vereert hij de genius van zijn pater familias.
  • Als lid van een bepaalde beroepsgroep vereert hij de beschermgoden van zijn ambacht.
  • Als lid van een bepaalde stam vereert hij de stamvaders of – moeders
  • Als lid van een stad vereert hij de beschermgoden van zijn woonplaats.
  • Als inwoner van een provincie vereert hij de genius van de levende keizer.
  • Als inwoner van het Rijk vereert hij de vergoddelijkte geest van gestorven keizer.
  • Als Romeins burger Ivpiter Optimvs Maximus.

 

Een zaak van één persoon

Naast de verering van allerlei “groepsgoden” worden er ook machten vereerd die een zeer persoonlijke relatie met de vereerder hebben. Meestal kan de offeraar door een bepaald ritueel één worden met zijn “god”. Tot deze mysterieculten behoorden o.a. de verering van Cybele, Isis, Mithras en Christus.

 

Wie gaat dat betalen?

Het is belangrijk dat iedere machtige zijn eerbetoon, zijn offer, krijgt. Dit is in het belang van de vereerder die daardoor hulp krijgt. Maar offers kosten geld. Dus wie moet de offers betalen? Romeinen maken hierbij een onderscheid tussen sacra publica en sacra privata.  
 

Sacra Publica

De publieke offers worden betaald met belastinggeld, publieke middelen. Dit zijn offers die op staatsniveau of provinciaal niveau gebracht worden aan staatsgoden. Iedere inwoner van het Rijk of de provincie heeft immers belang bij hun hulp. Dus mag de belasting-betaler de rekening voldoen. In de provincies is de cultus voor de keizerlijke genius ook een publieke taak.

Sacra Privata

De publieke offers worden betaald met belastinggeld, publieke middelen. Dit zijn offers die op staatsniveau of provinciaal niveau gebracht worden aan staatsgoden. Iedere inwoner van het Rijk of de provincie heeft immers belang bij hun hulp. Dus mag de belasting-betaler de rekening voldoen. In de provincies is de cultus voor de keizerlijke genius ook een publieke taak.
 

 

Wie het breed heeft…

Het offerritueel wordt altijd “uitgevoerd” door de hoogst-geplaatste persoon binnen een bepaalde groep. Hij of zij vertegenwoordigt de groep omdat hij of zij ook het meest voor het offer moet en kan betalen. Zelfs publieke offers uit belastinggeld worden voor een groot deel (mee)betaald door deze offeraar. Op staatsniveau zijn dat de consuls of de keizer. Deze togadragers kunnen door het financieren van een offer hun vrijgevigheid bewijzen. Wat dan weer een goede naam oplevert bij de bevolking. Een offer is dus ook een reclamespotje voor de rijke machtigen. “Wie kan het zich permitteren om de relaties met de goden optimaal te houden? Wie verzekert hier de goddelijke hulp voor iedereen? Wie heeft dus recht op de dankbare hulde van de hele gemeenschap? Uw nederige en onzelfzuchtige offeraar/sponsor!”

 

Symbolisch werk

Overigens wordt het offer zelf nauwelijks uitgevoerd door de togadrager. Zijn handen moeten natuurlijk schoon blijven. Het zware werk wordt gedaan door assistenten of slaven. De offeraar zelf verricht slechts een enkele symbolische daad. Drupje wijn, beetje wierook. Meestal wordt de offeraar ook geholpen door een religieus specialist die erop toeziet dat het offer volgens de regels wordt uitgevoerd.

 

Offeraar: een erebaan

Al met al blijkt een offer dus alles met macht en prestige te maken te hebben. Het geeft 3 duidelijke boodschappen:-Aan de onsterfelijke machtige goden en de sterfelijke maar goddelijk machtige keizer wordt eer bewezen in ruil voor hulp. “Wij eren uw naam en u bent het aan u reputatie verplicht om ons te helpen.”-Door zijn kapitaal in offers te investeren liet de offeraar zien hoe nederig en plichtsgetrouw hij was. Maar de gemeenschap die hij vertegenwoordigde was verplicht hem hiervoor nederig eer te bewijzen. Het is dus niet verwonderlijk dat de elite van Rome zijn best deed om allerlei priesterschappen te veroveren. Het is dus ook niet verwonderlijk dat de meeste offers in het openbaar werden uitgevoerd. Het is ook niet verwonderlijk dat in de literatuur van de Romeinse elite zoveel geofferd wordt. En ook niet dat we zoveel offers op tempels en altaren afgebeeld zien.

 

Navolging in de provincie

Dit alles geldt in de eerste plaats voor de originele Romeinen, de inwoners van Rome. Maar ook de inwoners van veroverde gebieden zoals Germania Inferior krijgen snel het PR-belang van het offer door. De provinciale machthebbers beginnen al relatief snel het Romeinse ritueel te imiteren. Men bouwt Romeinse en Gallo-Romeinse tempels. Men vereert de inheemse goden op Romeinse wijze. Men voert offerrituelen uit op Romeinse wijze. De elite die vroeger inheems priester was, wordt nu geestelijk ambtsdrager Romeinse stijl. Ook hier zijn de offers in het openbaar. Ook hier is er een boodschap van macht en eer voor goden, offeraars en toekijkende gemeenschap. Maar er is hier in de provincie nog een boodschap bijgekomen. Door de offers op zijn Romeins te brengen, laten de lokale machtigen aan de oppermachtige Romeinen weten: wij erkennen jullie macht, maar we verwachten er wel wat voor terug.

© MMVI CORBVLO