Romeinse rituelen voor een inheemse godin: wie was Dea Nehalennia  

 

 

Domburg

Het bestaan van de godin Nehalennia kwam voor het eerst aan het ligt door de vondst van stenen monumenten op het strand bij Domburg. Dit gebeurde op 5 januari 1647. De meest recente studie over de stenen van Domburg stamt uit 1955 en is uitgevoerd door mevrouw Hondius Crone. Er zijn bij de tempel van Domburg 21 votiefaltaren geweest. Maar zij zijn in 1848 door brand verwoest. De godin Nehalennia maakte in 1970 echter een onverwachte tweede rentree in Zeeland.

 

Colijnsplaat

Vele votiefaltaren gewijd aan de godin Nehalennia werden uit de Oosterschelde opgevist vanaf 14 april 1970. Ze lagen op 25 meter diepte ter hoogte van Colijnsplaat. Vele van deze stenen staan in het RMO te Leiden. Maar ook andere musea, waaronder het Zeeuws museum, hebben altaren in hun collectie. Vanaf 1970 is er uitgebreid onderzoek gedaan naar de votiefstenen die bij de tempel van Colijnsplaat uit het water zijn gehaald. Toonaangevend onderzoeker op het gebied van de vondsten van Colijnsplaat is de heer P. Stuart. Er zijn 326 (fragmenten van) votiefstenen gevonden in de Oosterschelde.

 

Votiefaltaren

Het danken/betalen van een godheid met een votiefsteen is een Romeinse traditie. Het lijkt er op dat de aanbidders van de godin een eigen koloniale mix hebben ontwikkeld. Door het schenken van “Romeinse” votiefstenen met Latijnse inscripties benadrukten de gevers hun loyaliteit aan de Romeinse cultuur. Maar men bleef ook trouw aan de eigen tradities en de eigen godin.

 

Nieuwe systemen vragen om nieuwe beschermgoden

Na de Romeinse verovering kwamen er in de provincie Gallia en het gebied Germania Inferior langzamerhand nieuwe politieke structuren. Dit vroeg om (nieuwe) beschermgoden. De nieuwe Romeinse politieke structuur werd beschermd door de sacra publica van de Romeinse staatsgoden zoals Jupiter Optimus Maximus en de keizercultus. De verering van inheemse, provinciale goden viel in het Romeinse systeem onder de sacra privata. Deze werden door de Romeinse overheid relatief ongemoeid gelaten, zolang de publieke culten maar uitgevoerd werden. Door de ontwikkelingen in de economie ontstonden er in de provincies nieuwe beroepen en beroepsgroepen. Deze hadden ook hun eigen sacra privata met eigen beschermgoden nodig. Hierbij konden er drie dingen gebeuren: Ten eerste kon de provinciale bevolking een nieuwe Romeinse god gaan vereren. Zoals bijvoorbeeld de bekende handelsgod Mercurius. Ten tweede kon men een oude inheemse god blijven vereren met toevoeging van nieuwe Romeinse trekken van Romeins – Griekse goden. Deze godheid kreeg dan vaak een dubbele naam. Bijvoorbeeld Hercules Magusanis. Tenslotte kan de provinciale bevolking de oude inheemse goden zijn blijven vereren onder hun oude inheemse naam. De wijze van verering werd dan wel aangepast aan de nieuwe Romeinse mode. Dit laatste lijkt bij Dea Nehalennia het geval te zijn geweest.

 

Interpetatio Romana

Het vereren van inheemse goden onder Romeinse naam of op Romeinse wijze werd en wordt “Interpretatio Romana” genoemd. Deze speciale vorm van romanisering werd waarschijnlijk niet door de “Romeinse bezetter” van bovenaf afgedwongen. De sacra privata waren immers een vrijwillige aangelegenheid van inheemse groepen. Wel zullen de Romeinen deze vorm van religieuze romanisering graag hebben aangemoedigd. Het lijkt erop of de verering van inheems-Romeinse goden een privé-initiatief was van groepen uit de provinciale inheemse bevolking die hierdoor o.a. wilden laten zien hoe “Romeins” men wel niet was geworden.

 

Inventarisatie

Inmiddels zijn door P. Stuart 326 (fragmenten van) votiefaltaren die gevonden zijn bij Colijnsplaat gecatalogiseerd. De meeste zijn van kalksteen. Alle altaren dragen een Latijnse inscriptie. Sommigen hebben ook een nis met een afbeelding van de godin.

 

 

Afbeeldingen van de godin

Meestal zit Nehalennia op een bank of troon en heeft een mand met vruchten (appels) op haar schoot. Aan haar rechterhand zit meestal een hond. Aan haar linkerkant staat meestal een mand met vruchten op de grond. Haar kleding bestaat uit een lang gewaad met daarover een lange mantel met overslag of een extra schoudermanteltje. Een variant is een staande Nehalennia met haar linkervoet op de voorplecht van een schip. Soms heeft zij ook een scheepsroer in de rechterhand.

 

 

Vereerders

Uit de inscripties op de votiefstenen wordt duidelijk dat de godin in de Romeinse tijd vooral werd vereerd door een beperkte beroepsgroep van (groot)handelaren en schippers. Het heiligdom van Colijnsplaat werd vooral bezocht door handelaren die naar Britannia voeren of naar de kusten van Gallia. Onder hen bevonden zich handelaren in vissaus, handelaren in aardewerk, handelaren in zout en ook nog wijnhandelaren. Er is sprake van reders en scheepseigenaren en gezagvoerders op schepen. Opvallend is dat de meeste gevers van de stenen niet uit Zeeland komen. Er wordt op de stenen verwezen naar Keulen, Trier, Dormagen, Tongeren, Besançon, Rouen en zelfs naar Augst. Toch zijn er ook namen van plaatselijke schenkers uit Ganuenta en uit Nijmegen. Het merendeel van de gevers heeft de drie namen die gebruikelijk zijn bij dragers van het Romeinse burgerrecht.

 

Romeinse functies

In de drie “ Romeinse” namen zitten ook vaak Keltische of Germaanse elementen. Toch waren de vereerders niet bang om voor hun Romeinse burgerschap uit te komen. Dat wordt nog eens bevestigd door de vermelding van Romeinse ambten die de steenschenkers hebben bekleed. Zo is er sprake van twee priesters van de keizercultus en een gemeenteraadslid. Ook worden (hoge) militaire posten genoemd.

 

 

Opgedragen aan de keizer

Negen stenen zijn niet alleen opgedragen aan de godin maar tevens aan het keizerlijke huis. Een zeer duidelijk teken van Romanisering

 

Redenen voor een gift

De meeste stenen zijn een inlossing van een gelofte. Of de steen was via een droom persoonlijk verordonneerd door de godin zelf. Men vroeg onder andere hulp voor zichzelf en zijn naasten. Duidelijk is de vraag om bescherming van de schepen. Een gift “ opdat de handelwaar beschermd wordt”. En een dankoffer “omdat de handelwaar beschermd werd.”

 

Plaatselijke godin of import?

We weten zeker dat Nehalennia niet behoort tot de Romeinse godinnen. Zij wordt altijd afgebeeld met een niet-Romeinse mantel. Zij was een lokale godheid wiens cultus in de Romeinse periode werd geromaniseerd. Was zij van oorsprong “Zeeuws” of werd zij geïmporteerd uit andere streken van Gallia of Germania? Zij werd in ieder geval vereerd door mensen uit allerlei streken; zowel Germaans als Keltisch.

 

Gallisch-Germaanse verering met Romeinse uiterlijkheden

Zowel het tempelgebouw als de votiefstenen zijn vermoedelijk gefinancierd door een inheemse bovenlaag. Deze hield vast aan inheemse gebruiken. Maar door te kiezen voor Romeinse uiterlijkheden bevestigde men de loyaliteit aan de Romeinse overheid. Men ziet een zelfde soort cultuur bij de bovenlaag van de kolonie India in het Britse imperium. Plaatselijke vorsten die zich in de smoorhitte in een Brits wollen uniform vertonen om Britse thee te drinken. Een zelfde beeld in Nederlands - Indië. Deze cultuur werd niet altijd opgedrongen door de bezetter. Vaak ging het om een vrijwillig betoon van loyaliteit. Meewerken met de winnaar heeft zo zijn voordelen. Bovendien geeft het de inheemse elite een middel om met elkaar te concurreren. Vandaar dat men in deze natte en koude grensstreek zaken tegenkomt die in het zonovergoten Italië thuishoren.

 

Beschermster van handel en handelsvaart

In de Romeinse periode was Dea Nehalennia vooral beschermster van de zeevaart en vooral de handelsvaart. Zij wordt soms afgebeeld met Neptunus en Hercules. Deze goden werden door de Romeinen als beschermers van de zeevaart gezien. Zoals de handelsvaart op Brittannia. Hoewel er nog nooit tempels of votiefstenen voor de godin aan de andere kant van het Kanaal zijn gevonden.

 

Van oorsprong vruchtbaarheid?

Vermoedelijk werd Nehalennia al vereerd voordat de Romeinen kwamen. Appels en hoorn des overvloeds op de votiefstenen lijken op de eerste plaats te duiden op vruchtbaarheid. Vooral agrarische vruchtbaarheid. Dit staat weer in verband met de handel in agrarische producten. En in onze gebieden ging dit per boot. De agrarische handel kan geleidelijk zijn vervangen door algemene handel. De “binnenvaart” door “zeevaart”

 

 

Moedergodin

Is Nehalennia misschien verwant aan de Matronae of Matres die als stammoeders in Germania vereerd werden? Een votiefsteen met 3 Nehalennia’s naast elkaar lijkt erop te wijzen.

 

Godin van de andere wereld

Een andere mogelijkheid is dat Nehalennia een vorm is van de grote moedergodin zoals die o.a. door de Kelten werd vereerd. Nehalennia zou de oude wijze vrouw kunnen symboliseren. Zij regeert over het element water. Het element van de andere wereld en de wederopstanding. Vruchtbaarheid werd in de Oudheid gezien als een cyclus van ontkiemen, bloei, dood en wederopstanding. De halm sterft vandaag af; maar het dode graan dat in de onderwereld rust zal weer ontkiemen en weer bloeien. De onderwereld, of andere wereld, bereikt men vooral door een tocht over een water per schip. Een handelaar die de moeilijk tocht over water moest maken, symbolisch een tocht naar de andere wereld, deed er goed aan om de bescherming van Nehalennia te vragen in verband met een behouden terugkomst.

 

Appel

De appel wordt in de Keltische traditie vaak in verband gebracht met dood en wedergeboorte. Ook de Romeinen kenden een dergelijke symboliek. Sporen hiervan zijn terug te vinden bij de traditionele Romeinse maaltijd: de cena.

 

Hond

De vaste begeleider op alle afbeeldingen van Nehalennia is een hond. Welke functie hij precies heeft is onduidelijk. Men vermoedt dat hij bescherming en trouw symboliseert. In Rome stonden volgens de klassieke auteur Horatius in oude tijden beelden van honden naast de beelden van de Lares, de beschermgoden van de stad. Ook Romeinse godinnen worden vaak begeleid door honden. Dat Nehalennia als beschermster een hond heeft, is dus niet vreemd. In Keltische en Noorse tradities wordt de hond vaak gezien als een afbeelding van de godin zelf. Is deze hond soms de oudere verschijningsvorm van de godin? De oude vorm die later nog als totemdier letterlijk naast de nieuwe “geromaniseerde” vorm van een lokale vrouwengestalte te zien was?

 

Offergaven

Nehalennia ontving votiefstenen als dank voor bewezen diensten voor handel en scheepvaart. Dat zijn de enige zaken die archeologisch zijn teruggevonden. Dat wil niet zeggen dat de godin niet ook andere, minder lang houdbare, offers ontving. Als inheemse vruchtbaarheids-godin ontving zij als offers vermoedelijk vruchten en graan-producten. Romeinen, Kelten en Germanen waren ook bekend met dierenoffers. Of deze ook aan de godin werden opgedragen is niet bekend. En zo ja, welk dier? Aan Jupiter offerde men de stier die aan hem gewijd was. Daarnaast offerden men varkens, schapen en …honden.

 

What’s in a name?

Over de betekenis van de naam Nehalennia is ook niets bekend. Sinds 1647 worden er al allerlei verklaringen gegeven. Van “Net hael inne” tot “goede geefster” tot “doodsgodin”. Wat juist is? De godin mag het weten.

 

Geromaniseerde verering

Een goed voorbeeld van de geromaniseerde privéverering biedt de schenker van twee stenen: Quintus Phoebius Hilarius. Hij was decurio, lid van de gemeenteraad in de legioensstad Nijmegen. Hij schonk de godin voor vertrek een altaar om zijn koopwaar te beschermen. Na de reis schonk hij haar nog een tweede altaar als dank voor de geboden hulp. Een voorbeeld van een Nijmeegse handelsman die carrière in de plaatselijke Nijmeegse politiek heeft gemaakt. Trots op zijn Romeins burgerschap en zijn ambt. Vermogend genoeg om dit twee maal te adverteren. Maar wel dank brengend aan een inheemse godin

 

L. R. G. G. CORBVLO

Door Monty Hansen alias Gaius Montanus Civilis sacerdos van Dea Nehalennia. Speciaal samengesteld ter gelegenheid van de opening van de reconstructie van de Nehalennia-tempel op Colijnsplaat op 13 augustus 2005. Herzien op 7 augustus 2006.


 

OFFERTEKST VOOR DEA NEHALENNIA  

Ave Dea Nehalennia
Gegroet, godin Nehalennia

Ave Mater tutela
Gegroet, beschermende moeder

Dea Nehalennia quae fertilitatem nobis duis
Godin Nehalennia, u die ons vruchtbaarheid schenkt.
 

Dea Nehalennia quae fecunditatem terrae duis
Godin Nehalennia, u die het land vruchtbaarheid schenkt.

Dea Nehalennia, quae in aquam terrae proteges.
Godin Nehalennia, u die het land beschermt tegen het water.

Dea Nehalennia, quae ab aqua homines prohibes.
Godin Nehalennia, u die mensen beschermt tegen het water.

Dea Nehalennia, quae cum aqua nautam mercatoremque sospitas.
Godin Nehalennia, u die schipper en koopman beschermt tegen het water.

Dea Nehalennia, quae contra aquam negotium defendes.
Godin Nehalennia, die het handelsverkeer beschermt tegen het water.

Dea Nehalennia, quae per aquam prosperitatem adfers.
Godin Nehalennia, die voorspoed brengt via het water

Seu alio nomine te apellari vis.
Of onder welke naam u ook aanbeden wenst te worden.

Dea Nehalennia, Mater tutela, vota nostra aures praebe!
Godin Nehalennia, beschermende moeder, aanhoort onze gebeden!

Quoniam nobis semper succurristi, et te semper coluimus
Omdat u ons altijd heeft bijgestaan, en wij u altijd vereerd hebben

Iterum tibi sacrifimus, teque haec benevole accipere rogamus
brengen wij u opnieuw offers, en smeken u deze welwillend te aanvaarden.

Itaque hodie contra omna pericula nos sospitare te precamur
En daarom smeken wij u ons vandaag te beschermen tegen alle gevaren,

Nobisque prosperitatem largire.
En schenk ons voorspoed!

Consecramus sacraficium Deae Nehalenniae 3x
Wij dragen dit offer op aan de godin Nehalennia 3x

 

 
  

 

 

Deze tekst werd speciaal vervaardigd voor de opening van de reconstructie van de Gallo – Romeinse tempel van Nehalennia op Colijnsplaat op 13 augustus 2005. Door Monty Hansen en Jean Erven; sacerdotes van Dea Nehalennia.

   

© MMVI CORBVLO